Weven met wolken

Nina Koevoets, juli 2026
For the English version, scroll down

De kindertijd is waarschijnlijk de meest bijzondere tijd van een leven. Een tijd zonder zorgen, vol met fantasie. Een tijd van spelen en leren. Een tijd van geborgenheid en eenvoud. Althans, zo herinner ik
me mijn eigen kindertijd. Maar ik ben me er nu pijnlijk van bewust dat dit niet is hoe alle mensen hun
kindertijd hebben ervaren en dat niet voor alle kinderen geldt.
Hoewel ik als kind op het jeugdjournaal wel had gehoord over oorlog kwam dit nooit echt binnen. Pas
toen de organisatie War Child mijn middelbareschool bezocht toen ik een jaar of dertien was dacht ik er voor het eerst dieper over na. Ze vertelden over kindsoldaten. Kinderen van onze leeftijd die ontvoerd werden, gedrogeerd en dan een geweer in handen kregen. Het brak mijn hart. En nog altijd doet het zeer als ik daar aan denk.

Pas tien jaar later kwam ik direct met geweld in aanraking toe ik drie maanden naar Israël/Palestina
ging, of wat ook wel ‘Het Heilige Land’ wordt genoemd. Maar ik vond het eerder een onheilige plek,
met zo veel onrecht en geweld dat er gaande was. De geschiedenis van het gebied is een pijnlijk
verhaal van verdeeldheid, niet van vreedzaam samenleven. Hoewel sommige mensen geloven dat de
drie religies ooit harmonieus naast elkaar hebben geleefd, vond ik dat een beetje moeilijk te geloven,
alleen al vanwege het feit dat dat land voortdurend door verschillende volkeren werd opgeëist. Vóór de Joden, de Engelsen en de Ottomanen. Nog verder terug in de tijd door de Mammelukken, de kruisvaarders, islamitische kalifaten, christelijke Byzantijnse Romeinen, de Romeinen, Grieken, Perzen, Babyloniërs en Israëlieten of Hebreeën (die overigens al naar de ‘Filistijnen’ verwezen).
In die tijd luisterde ik veel naar Bob Marley. Sommige songteksten klonken meer als een soort wietroes: “Let’s get together and feel all right”, maar andere teksten zoals uit zijn lied “oorlog” zijn nog steeds heel raak: Totdat basis mensenrechten gelijk worden gegarandeerd voor iedereen, ongeacht ras, is het een oorlog. Tot die dag zal de droom van blijvende vrede, wereldburgerschap en de heerschappij van de internationale moraal slechts een vluchtige illusie blijven die weliswaar nagestreefd wordt, maar nooit bereikt zal worden.
Hoewel ik vaak liever niet terug dacht aan die periode, is dat de laatste tijd, bijna drie jaar nu, behoorlijk moeilijk geworden. Het is verschrikkelijk om toe te kijken hoe Gaza wordt verwoest en duizenden Palestijnen worden vermoord. Men zegt wel eens: “hurt people hurt people” ofwel, “mensen die pijn hebben doen anderen pijn” en “de geschiedenis herhaalt zichzelf”, maar waarom laten we dit gebeuren?! Waar blijft de internationale moraliteit waar Bob Marley in de jaren zeventig al over zong?!

De beelden op mijn telefoon zijn pijnlijk. Snel leg ik ‘m weg als mijn dochtertje van vier naar me toe
komt.
“Waar kijk je naar, mama?”
“O, niets…” antwoord ik dan, terwijl ik met pijn in haar hart denk: alleen maar een paar kinderen die
elke dag sterven…
“Wil je spelen?” vraagt ze.
“Ja, wat zullen we spelen?” vraag ik en kijk in haar onschuldige grote ogen. Kinderen horen te spelen.
Ze trekt me naar de slaapkamer. “We gaan fietsen!” zegt ze, en we gaan op onze rug op bed liggen en
trappen met onze voeten tegen elkaar aan in de lucht.

In Palestina, op de Westelijke Jordaanoever, leken de protesten soms wel een spel. De activisten hielden toespraken en de soldaten deden alsof ze doof waren en stelden zich op om de toegang tot een weg of een hek te blokkeren. Maar het is nauwelijks een spel te noemen als je ernstig gewond kunt raken door de rubberkogels. Of “met rubber beklede kogels,” zoals een Palestijnse activiste mij corrigeerde. Zijn tuin lag vol met traangasgranaten die dienst deden als kleine bloempotten. Ik herinner me het gevoel van paniek toen er voor het eerst traangas in een onvoorspelbare baan over mijn hoofd vloog. Er werden uien en tissues met alcohol uitgedeeld, om je te helpen met ademen. En dan de hekken en muren overal. Het wachten bij de controleposten. De gewapende soldaten. Ik ben er nooit in geslaagd het gevoel van dreiging van me af te schudden bij het zien van die geweren. Alleen Israëli’s leken het volkomen normaal te vinden.
Jarenlang voelde ik me schuldig. Ik deed niet genoeg. Maar er is ook te veel te doen en het is te moeilijk, zuchtte ik dan. Ik kreeg pas wat meer vrede in mezelf toen een jonge vrouw die gevlucht was uit Gaza tegen me zei: “Wat je doet, is belangrijk.” Er ging iets door door me heen toen die woorden mijn oren bereikten. De tijd leek even te vertragen. We zeiden gedag en ik liep de bibliotheek uit waar we elkaar hadden ontmoet. Misschien is het wel zo, dacht ik. En toen ik op het station aan kwam dacht ik: Ja, het is belangrijk… Alle kleine dingen maken een verschil.

“Mama, we zijn er!” roept mijn dochter.
“Bij de zee?”
“Ja-ha…!” zucht ze. “Dat zeiden we toch!” Oja, we waren op weg naar het “strand” op het bed. “Kijk
eens naar mij, mama! Ik ben een dolfijn!” lacht ze en “spettert” in het rond.

Laatst dacht ik na over “het lot”. In de Griekse mythen waren er drie oude dametjes die draden weefden van het verleden, het heden en de toekomst. Als ze een draad doorknipten ging er iemand naar de onderwereld, de plek van de doden. Er komt een beeld bij me op: engelen die weven met wolken. Geduldige handen die langzaam draden weven die eruitzien als de fijnste zijde. Maar als je beter kijkt zijn ze gemaakt van
wolken. Langzaam verdwijnen de wolken in het kleed en klaart de lucht op. Misschien neuriet de engel wel een lied. “Imagine all the people…” Stel je eens voor wat er mogelijk is als we verbinding maken met elkaar. Als we ons best doen voor elkaar. Wat zal ons bewegen? Hoop, angst, liefde, afkeer? “Intentie,” mompel ik
zachtjes. Dat lijkt me een essentieel ingrediënt. Een manier om de toekomst enigszins vorm te geven. Een engel zal niets doen zonder toestemming en zonder dat haar iets wordt gevraagd, denk ik, dus richt ik me in gedachten tot mijn beschermengel: “help me om voor vrede te kiezen.” De wind blaast door het raam en de haartjes op mijn arm gaan rechtop staan.
Als op mijn telefoon kijk zie ik een berichtje de vraag kinderen te helpen die leiden onder de
hongersnood in Gaza. Ik herinner mij woorden van Joanna Macy: “A broken heart is not broken, it
breaks open to act.” (Een gebroken hart is niet gebroken. Het breekt open om in actie te komen.) Met
een paar klikken doneer ik wat geld. Alle kleine beetjes helpen.
In mijn hart heerst een zekerheid: mensen kunnen betere keuzes maken dan wat we op dit moment in
de wereld zien. Ik wil dit potentieel om beter keuzes te maken tot leven wekken! Ik zie dat de lucht
grijs en bewolkt is. Zo is het vandaag, denk ik, maar na regen komt zonneschijn. Met tijd en moeite,
door zuivere harten en zuivere intenties, met inspirerende muziek en mooie verhalen, helpen we mee
om met de wolken een prachtig patroon te weven dat wordt weerspiegeld hier op aarde.

(Afbeelding AI gegenereerd).

Weaving with Clouds

Childhood is probably the most extraordinary time in a person’s life. A time without worries, filled with imagination. A time of play and learning. A time of security and simplicity. At least, that’s how I remember my own childhood. But now I am painfully aware that this is not how everyone has experienced theirs. though I had heard about war as a child on the “children’s news” (in The Netherlands the news is adapted for children) it never truly sank in. It wasn’t until War Child visited my secondary school when I was about thirteen that I first thought deeply about it. They told us about child soldiers. Children our age who were abducted, drugged, and then handed a gun. It broke my heart. And even now the thought of it still hurts.

It wasn’t until ten years later that I came into direct contact with violence, when I spent three months in Israel/Palestine, or what is also called the “Holy Land.” But to me, it felt more like an unholy place, with so much injustice and violence unfolding. The history of the region is a painful story of division, not peaceful coexistence. While some believe the three religions once lived harmoniously side by side, I found that hard to believe, if only because that land has been constantly claimed by different peoples: before the Jews, the English, and the Ottomans. And going even further back: the Mamluks, the Crusaders, Islamic caliphates, Christian Byzantine Romans, the Romans, Greeks, Persians, Babylonians, and Israelites or Hebrews (who, by the way, already referred to “the Philistines”).
At that time, I listened a lot to Bob Marley. Some of his lyrics sounded almost like a weed haze: “Let’s get together and feel all right”, but others, like those from his song “War”, remain strikingly relevant:
“Until the basic human rights are equally guaranteed to all, without regard to race, there will be war. Until that day, the dream of lasting peace, global citizenship, and the rule of international morality will remain a fleeting illusion—one that is pursued but never achieved.”
Though I often preferred not to remember this period, that has become increasingly difficult over the past three years or so. It is horrifying to watch Gaza being destroyed and thousands of Palestinians being killed. People say, “Hurt people hurt people,” or “History repeats itself,” but why do we allow this to happen?! Where is the international morality that Bob Marley sang about in the seventies?

The images on my phone are painful. Quickly, I put it down as my four-year-old daughter comes over
to me.
“What are you looking at, Mama?”
“Oh, nothing…” I reply, while my heart aches as I think: Just a few children dying every day…
“Do you want to play?” she asks. “Yes, what should we play?” I ask, looking into her innocent, big
eyes. Children are meant to play. She pulls me toward the bedroom. “We’re going cycling!” she says,
and we lie on our backs on the bed, pedaling our feet against each other in the air.

In Palestine, on the West Bank, the protests sometimes felt like a play. The activists gave speeches, and the soldiers pretended to be deaf, positioning themselves to block access to a road or a fence. But it’s hardly a game when you can be seriously injured by rubber bullets—or, as a Palestinian activist corrected me, “rubber-coated bullets.” His garden was littered with tear gas canisters, re-purposed as small flower pots.
I remember the surge of panic the first time tear gas flew unpredictably over my head. Onions and alcohol-tissues were handed out to help us breathe. And then there were the fences and walls everywhere. The waiting at checkpoints. The armed soldiers. I never managed to shake off the feeling of threat when I saw those guns. Only Israelis seemed to find it completely normal.
For years, I felt guilty. I wasn’t doing enough. But there was also too much to do, and it was too difficult, I would sigh. It wasn’t until a young woman who had fled Gaza told me: “What you do is important,” that I found a little more peace within myself. When those words reached my ears, time seemed to slow down. We said goodbye, and I walked out of the library where we had met. Maybe it’s true, I thought. And as I arrived at the train station, I thought: Yes, it is important… Every small action makes a difference.

“Mama, we’re there!” my daughter shouts. “At the sea?” “Yeah-ha…” she sighs. “That’s what we said!”
Oh right, we were on our way to the “beach” on the bed. “Look at me, Mama! I’m a dolphin!” she laughs, “splashing” around.

Lately, I’ve been thinking about “fate.” In Greek myths speak of three old ladies who wove threads of the past, present, and future. When they cut a thread, someone went to the underworld, the realm of the dead. An image comes to mind: angels weaving with clouds. Patient hands slowly weave threads that look like the finest silk. But when you look closer, they are made of clouds. Slowly, the clouds disappear into the tapestry, and the sky clears. Maybe the angel hums a song: Imagine all the people… Imagine what is possible if we connect with one another. If we try our best for each other. What will move us? Hope, fear, love, aversion? “Intention,” I murmur softly. That seems like an essential ingredient. A way to shape the future, however slightly. An angel won’t do anything without permission or being asked, I think, so I turn my thoughts to my guardian angel: Help me choose peace. The wind blows through the window, and the fine hairs on my arms stand on end.
When I look at my phone, I see a message asking for help for children suffering from famine in Gaza. I recall the words of Joanna Macy: A broken heart is not broken; it breaks open to act. With a few clicks, I donate some money. Every little bit helps.
In my heart, there is a certainty: people can make better choices than what we see in the world today. I want to bring this potential for better choices to life! I see that the sky is gray and cloudy. That’s how it is today, I think, but after rain comes sunshine. With time and effort, through pure hearts and pure intentions, with inspiring music and beautiful stories, we help weave a magnificent pattern with the clouds, that is reflected here on earth.

Geef een reactie